De geschiedenis van Turkije
Het gebied aan de Middellandse Zee dat nu Turkije heet, werd vroeger Anatolië genoemd. Het gebied was al meer dan 7000 voor Christus bewoond. De eerste nederzettingen uit het Stenen tijdperk waren neolithische gemeenschappen met een hoog ontwikkelde beschaving.
In het bronzen tijdperk - rond 2200 voor Christus - bouwde de Hatti-bevolking steden in Centraal Anatolië met als hoofdstad Kultepe, dat tegenwoordig Kanesh heet. De Hatti ontwikkelden hun eigen cultuur en waarden en dreven handel in tin, koper en stoffen. Rond 2000 voor Christus werden de Hatti verdreven door de Hettieten, een Indo-europees volk.
Hettieten
Het eerste keizerrijk werd gesticht door de Hettieten, maar zij namen veel gebruiken en ideeën over van de Hatti. Het Hettietenvolk werd onder de voet gelopen door een ander volk, afkomstig van het Griekse eilandenrijk. Er kwamen allerlei onafhankelijke staatjes aan de westkust van Anatolië. Een van die staatjes was Troje. Maar de Grieken vonden Troje een bedreiging en namen het staatje rond 1260 voor Christus in bezit. Het betekende ook het einde van de overheersing van het rijk van de Hettieten.
Alexander de Grote
De Grieken namen bezit van de Westelijke kust, maar werden vaak dwarsgezeten door aanvallen van de Perzen en in 547 voor Christus wisten de Perzen Anatolië geheel te veroveren. Toch wisten de Grieken het gebied terug te pakken onder Alexander de Grote, die tot een grote held uitgroeide. Na Syrië en Egypte overmeesterde de legendarische veldheer ook de Perzische hoofdstad Persepolis om zelfs naar India op te rukken. Het was een ware zegetocht, want Alexander de Grote - die een wereldrijk in gedachten had - stichtte in tien jaar meer dan zestig steden. Op relatief jonge leeftijd stierf Alexander en daarmee heerste er chaos en anarchie onder zijn generaals waardoor zijn imperium al snel ineenstortte.
Romeinen
Het Romeinse Rijk nam grote delen van Anatolië, dat Klein-Azië werd genoemd, in bezit. In 47 voor Christus won Julius Caesar de slag om Zela, het koninkrijk van de Zwarte Zee. Hier sprak hij de legendarische woorden Veni, Vidi, Vici. (Ik kwam, zag en overwon). Aan het eind van de eerste eeuw hadden de Romeinen geheel Anatolië onder controle. Na een lange tijd van evenwicht, rust en welvaart - de zogenaamde Pax Romana - bracht het Christendom de nodige onrust; de goden en keizers van het Romeinse Rijk werden ter discussie gesteld. Langzaam maar zeker kreeg het Christendom meer voet aan de grond en in de vierde eeuw na Christus werd Constantijn de eerste Christelijke keizer. hij riep het dan ook uit tot staatsgodsdienst.
Byzantijnse Rijk
Na het ineenstorten van het Romeinse Rijk werd het in tweeën opgesplitst: in het West- en Oost-Romeinse Rijk. Constantinopel (Istanbul) werd hoofdstad van het Oost-Romeinse Rijk, dat ook wel het Byzantijnse Rijk werd genoemd.
Het Byzantijnse Rijk (van 476 - 1453) breidde zich uit en veroverde Spanje, Italië en delen in Afrika. Maar het Rijk werd constant belaagd door de naburige landen en volkeren. Na de dood van de profeet Mohammed in 632 ontstond het Islamitisch Rijk en werden de Arabieren steeds machtiger. Zij veroverden Egypte, Syrië en delen van Israël.
In de tiende eeuw liepen de Seltsjoekse Turken Anatolië onder de voet. Aanverwandte volkeren vestigden zich ook in Anatolië waaronder een groepering met als leider Osman en zo ontstond het begin van het Osmaanse of Ottomaanse Rijk.
Om het verzwakte Byzantijnse Rijk voor de ondergang te redden, kwam er vanuit West-Europa een enorm leger van kruisvaarders te hulp, maar dat werd in 1396 verslagen door de medogenloze sultan Beyazit I. De sultan had echter buiten de Mongolen gerekend, die aan de andere kant van het Osmaanse Rijk binnenvielen. Beyazit voerde persoonlijk de strijdmachten tegen de Mongolen aan, maar werd gevangen genomen. Volgens een oud Mongoolse traditie werd de sultan in een grote kooi gestopt en achter de Mongoolse legers meegetrokken tijdens de veroveringen door Anatolië. Het duurde nog een heel jaar voordat Beyazit I aan de gevolgen van zijn verwondingen stierf. Toch wisten de Osmanen de Mongolen tot staan te brengen en hun land weer in bezit te nemen. De val van Constantinopel in 1453, dat door sultan Mehmet II werd gerealiseerd, markeert het eind van het Byzantijnse Rijk.
Osmaanse heerschappij
Tegen het midden van de zeventiende eeuw had het Osmaanse Rijk zijn grootste omvang bereikt, met de complete Noord-Afrkaanse kust tot Marokko en een deel van Spanje, met heel Egypte en 1500 kilometer van het stroomgebied van de Nijl. In Azië heersten de Osmanen tot aan de Zwarte Zee en de Perzische Golf, in het Zuiden tot aan Jemen. Ook in Oost-Europa heersten de Turkse Osmanen tot aan Wenen. De expansiedrang werd langzaam maar zeker teruggebracht. In 1821 begon de Griekse vrijheidsoorlog, en ook de Krimoorlog verzwakte de Osmaanse legers. Egypte kwam onder Engels bestuur, de Fransen, Duitsers, Oostenrijkers en Russen roerden zich ook in het strijdgewoel.
In 1876 kwam de sultan Abdul Hamid II aan de macht, die veertig jaar in een redelijke stabiele periode regeerde en een islamitische politiek nastreefde. In het begin van 1900 kwamen jonge Turkse groepering in opstand, die voor hervormingen naar Westers model pleitten. Zij kregen zoveel steun onder de bevolking dat sultan Hamid van het toneel verdween en de Jonge Turken namen de macht over.
Atatürk
In de Eerste Wereldoorlog sluit Turkije zich aan bij Duitsland. Nadat Duitsland in 1918 kapituleert, wordt Turkije opgedeeld in verschillende invloedssferen: Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië en Griekenland. Het wordt vastgelegd in het verdrag van Sèvres, waarbij Istanbul onder internationale controle gesteld wordt en Griekenland beheert de Egeïsche kust.
Een jonge vrijheidsstrijder, Mustafa Kemal, verzet zich hevig tegen deze onderwerping en begint een onafhankelijkheidsoorlog, tegen onder andere de Grieken. De slag bij Izmir in 1922 is een belangrijke overwinning voor Kemal, die na de bevrijding van het land aan een wederopbouw begint. Hij voert omvangrijke hervormingen in en streeft naar een modern Turkije. Oude tradities worden daarbij niet ontzien: vrouwen mogen geen sluier meer dragen, bij de mannen wordt het dragen van een fez verboden. Het rechtssysteem wordt naar Europese maatstaven aangepast, het arabische schrift wordt afgeschaft. Er komt westers onderwijs, gelijke rechten voor mannen en vrouwen, toenadering tot de Europese culturen en gebruiken.
Kemal ondervindt in eigen land veel weerstand tegen de hervormingen en moet dat ook hardhandig onderdrukken. Onder de oppositie vallen honderden doden en terechtstellingen. Maar hij slaagt er wel in om van het land een modern Turkije te maken en dat oogst veel bewondering. Haat en argwaan slaat om in verering en bewondering. Hij wordt dan ook wel Atatürk genoemd, 'vader van alle Turken'. Op 28 oktober 1923 wordt de onafhankelijkheid uitgeroepen. Kemal sterft in 1938 aan een leveraandoening.
In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog blijft Turkije in de Tweede Wereldoorlog neutraal. In 1950 komt Menderes aan de macht, die de oude islamitische tradities in ere herstelt. Aan het eind van de jaren zestig, als Turkije is toegetreden tot de NAVO, volgt er een staatsgreep door het leger. Er is politieke onrust. In 1980 grijpt het leger opnieuw in omdat de regering er niet in slaagt de orde te handhaven. In 1983 herstelt de democratie zich weer en komt er opnieuw een minister-president aan de macht, Turgut Özal. In 1993 komt er voor het eerst in de geschiedenis een vrouw aan het hoofd van de regering: Tansu Çiller. Ze is in 1946 geboren en maakte snel carrière en doorliep verschillende universiteiten.